Kasteel van Westmalle

Kasteel van Westmalle

Uit geschriften weten we dat de meiers van de hertog van Brabant reeds in 1100 op het “HOF ten DRIESCHE”, een grote hoeve, gelegen binnen de grachten van het huidig kasteel, verbleven. Deze meiers vrijwaarden de belangen van de hertog in de heerlijkheid Westmalle. In 1235 schonk de hertog de Villa Westmalle (bestaande uit 18 hoven) aan de abt van Villers, om er een klooster op te richten. De Sint-Bernardsabdij werd echter in Hemiksem gebouwd na overleg met de hertog en andere schenkers. Tussen de abt en de meiers werden menige processen gevoerd over hun respectievelijke rechten.

In 1293 noemde meier Jan zich erfmeier en officialiseerde de erfelijkheid van het meiersambt. Thomas de meier verkocht in 1449 de erfmeierij en het Hof ten Driesche aan Adriaan van der Molen. Op 1 juni 1505 werd de heerlijkheid Westmalle verpand aan ridder Hendrik van der Molen. Zijn kleindochter huwde in 1523 met Philip de Cotereau en zo kwam door erfenis de heerlijkheid in het bezit van het geslacht “de Cotereau”. Hun zoon Erard verbouwde in 1561 de oude “Hoeve ten Driesche” tot een adellijk kasteel.

In 1644 kocht Robert de Cotereau de hoge en middele heerlijkheid. Hij verfraaide het park en legde een doolhof aan, zodat het kasteel een huis van plaisantie werd. Zijn dochter Catharina huwde haar neef Willem de Cotereau, een telg van de Brusselse tak van de familie. Over het kasteel lezen we dat er op dat ogenblik een 'opperhof' en een 'neerhof' is met nog andere 'huizingen' zoals de brouwerij en de bakoven. Er lag dus een hoeve binnen de slotgrachten. Hun zoon Erard is de laatste heer van Westmalle uit het geslacht “de Cotereau”.

Door een opeenvolging van vonnissen en erfenissen brak er een verwarde tijd aan voor de heerlijkheid Westmalle. De opeenvolgende heren waren: Peter Fariseau, Philip Robijns, Emerantiana de Moitrey (weduwe van Erard de Cotereau), Jean de Moitrey, de erfgenamen van Philip Robijns.

In 1743 kocht ridder Jacobus Benedictus Pauwens de heerlijkheid Westmalle met het kasteel. Hij is de stamvader van de adellijke familie “Powis de Tenbossche”. In de koopakte wordt vermeld dat het kasteel en de  hoeve binnen de grachten gelegen, samen 3,4 hectaren groot zijn. Het kasteel bleef in het bezit van de familie Powis tot 1847.

Tijdens de Franse Revolutie werden alle heerlijke rechten vervallen verklaard en de adellijke titels afgeschaft. Onder het Hollands bewind werden de goederen terug toegewezen en Louis Benoit Ghislain Powis werd in 1822 tot baron verheven. Zijn zuster Anne Louise, gehuwd met baron August de Norman, erfde het kasteel. Hun kinderen verkochten het in 1848 aan de gebroeders Bovie. Deze verkochten het op hun beurt in 1874 aan Louis Geelhand, die het in 1878 reeds doorverkocht aan baron Emile de Turck de Kersbeek.

Hij restaureerde het kasteel volledig in oude stijl. De grote toren werd verhoogd en voorzien van een rondboogfries. De gang werd bijgebouwd, de ophaalbrug verwijderd en de mooie renaissance poort dichtgemetseld. De hierdoor ontstane binnenruimte werd ingericht als slotkapel.

In 1914 erfde baron Alfons van der Straten Waillet het kasteel. Door deling onder zijn kinderen is het in 1973 overgegaan naar zijn 4de zoon, baron Jacques van der Straten Waillet. In 1978 werd het kasteel dat zijn uitzicht van 1561 perfect heeft weten te bewaren, geklasseerd. Na het overlijden van baron Jacques van der Straten Waillet in 1984 wordt het kasteel bewoond door zijn weduwe, geboren gravin Christiane de Lannoy, en zijn zuster jonkvrouw Marie-Josephe van der Straten Waillet.

Tijdens het uitgestippelde Steenovenpad kan je dit kasteel bewonderen.

Kasteel van Westmalle
Kasteellaan 83
2390 Malle

Het kasteel is nog bewoond en dus is geen bezoek toegelaten.