Veel bekender dan Hendrik Conscience kun je als auteur allicht niet worden. Tijdens zijn omzwervingen in de Kempen vond hij inspiratie voor zijn roman De loteling in t Boshuisje, een eenvoudig boerenhuisje midden in de bossen van Zoersel. Hoofdpersonages zijn Trien en Jan die verliefd worden op elkaar en uiteindelijk na heel wat perikelen (verkrachting, blindheid) trouwen nadat Jan als loteling zijn dienstplicht heeft vervuld.
Er was een oude grootvader, die wel negentig jaar of nog ouder moest zijn, want zijn hoofd en handen bibberden voortdurend, alsof hij koorts had. Naast hem zaten twee ook reeds bejaarde vrouwen. Iets verder een struise man, wiens ene levensloze oog als een witte bol onder de zwarte wenkbrauw draaide, terwijl zijn andere oog fonkelde van levenslust. Aan zijn zijde zat een frisse vrouw met een kind op schoot en nog een jongetje en een meisje van zeven of acht jaar bij zich. Helemaal aan het eind van de tafel bevond zich een knappe jongeman met een hoogrood gezicht en vriendelijke ogen.
Op een teken van de man met het ene oog maakten allen een kruis en stonden op. De grootvader ging met wankele schreden in een hoekje bij de haard zitten. De andere huisgenoten spraken me allen aan. Zij boden me hun woning tot schuilplaats, daar het nog steeds zeer hard regende.
Na korte tijd was ik reeds vertrouwd met deze goede mensen en sprak ik met hen als een vriend uit vroeger dagen. 's Middags at ik met hen het voedzame roggebrood en dronk de koffie der gastvrijheid. En daar ik toch niets beters te doen had dan te luisteren naar de merkwaardige dingen die de man met het ene oog en zijn vrouw mij vertelden, verliet ik de hoeve pas de volgende ochtend.
Wat ik u in deze geschiedenis verhaald heb, beste lezer, vernam ik die avond in de eenzame hoeve, die vroeger uit twee lemen hutten bestond, doch nu een fraaie boerderij met vier koeien en twee paarden is geworden.
Jan Braems en Katrien, zijn goede echtgenote, werken zoals ze het hebben beloofd. En God heeft hun liefde gezegend. Drie kinderen dartelen om hen heen en strelen hun dagelijks het zweet van het voorhoofd.